Bezetting en verzet in het internationaal recht
Aspect
Wat zegt het internationaal recht over bezetting, verzet en zelfverdediging? Een overzicht van verdragen, VN-resoluties, ICJ-adviezen en de discussie na 7 oktober 2023.
Inleiding
Wanneer een staat gebied van een ander volk bezet, gelden daarvoor eigen regels. Die regels bepalen wat de bezetter mag en moet, welke rechten de bevolking heeft en waar voor iedereen de grenzen liggen. Deze longread zet de belangrijkste verdragen, resoluties en uitspraken op een rij, zodat artikelen op Burgerplatform ernaar kunnen verwijzen.
1. Het bezettingsrecht
Volgens artikel 42 van het Haags Reglement van 1907 is gebied bezet zodra het feitelijk onder het gezag van een vijandelijk leger staat. De bezetter wordt geen eigenaar. Hij beheert het gebied tijdelijk en moet de openbare orde en het openbare leven herstellen en verzekeren, met respect voor de geldende wetten (artikel 43). src:1961
Het Vierde Verdrag van Genève van 1949 beschermt de burgerbevolking. Collectieve straffen zijn verboden (artikel 33), gijzeling is verboden (artikel 34) en de bezetter mag geen eigen bevolking overbrengen naar het bezette gebied (artikel 49 lid 6). Ook gedwongen deportatie van de bevolking is verboden (artikel 49 lid 1). src:1962
2. Zelfbeschikking en verzet
Het zelfbeschikkingsrecht staat in artikel 1 van het VN-Handvest en in artikel 1 van beide VN-mensenrechtenverdragen van 1966. De Algemene Vergadering van de VN heeft dit recht verder uitgewerkt: src:1970
- Resolutie 2625 (1970), de Friendly Relations Declaration: staten moeten zich onthouden van dwang die volken hun zelfbeschikking ontneemt. Volken die zich daartegen verzetten, mogen steun zoeken en ontvangen in overeenstemming met het Handvest. src:1966
- Resolutie 3070 (1973), punt 2, bevestigt "de legitimiteit van de strijd van volken voor bevrijding van koloniale en buitenlandse overheersing en vreemde onderwerping met alle beschikbare middelen, inclusief gewapende strijd". src:1967
- Resolutie 37/43 (1982), punt 2, bevestigt "de legitimiteit van de strijd van volken voor onafhankelijkheid, territoriale integriteit, nationale eenheid en bevrijding van koloniale en buitenlandse overheersing en buitenlandse bezetting met alle beschikbare middelen, inclusief gewapende strijd". Anders dan 3070 noemt deze resolutie bezetting expliciet. src:1969
- Resolutie 3103 (1973) stelt dat zulke strijders bij gevangenneming als krijgsgevangene behandeld moeten worden. src:1968
Resoluties van de Algemene Vergadering zijn niet bindend zoals een verdrag. Ze tonen wel hoe een grote groep staten het recht uitlegt. Het stemgedrag liep uiteen. Resolutie 2625 werd zonder stemming aangenomen. Resolutie 3070 werd aangenomen met 97 stemmen voor, 5 tegen en 28 onthoudingen, zonder hoofdelijke registratie. Resolutie 3103 werd aangenomen met 83 voor, 13 tegen en 9 onthoudingen. Resolutie 37/43 werd aangenomen met 120 voor, 17 tegen en 6 onthoudingen. Nederland stemde tegen, net als onder meer België, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Israël. src:1977 src:1978
Aanvullend Protocol I bij de Verdragen van Genève (1977) maakt hier verdragsrecht van. Artikel 1 lid 4 bepaalt dat gewapende conflicten waarin volken strijden tegen koloniale overheersing, buitenlandse bezetting en racistische regimes als internationaal gewapend conflict gelden. Strijders kunnen dan de status van combattant en krijgsgevangene krijgen (artikel 44). Nederland is sinds 1987 partij bij dit protocol. Israël en de Verenigde Staten zijn geen partij. src:1964 src:1965
3. Grenzen die altijd gelden
Een erkend recht op verzet maakt niet elk middel toegestaan. Voor alle partijen geldt:
- Onderscheid tussen strijders en burgers. Aanvallen mogen alleen op militaire doelen gericht zijn (Aanvullend Protocol I artikel 48 en 51, ook gewoonterecht). src:1964
- Gijzeling is altijd verboden: gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève, artikel 34 van het Vierde Verdrag en het Internationaal Verdrag tegen het nemen van gijzelaars (1979). src:1963 src:1962 src:1971
- Gemeenschappelijk artikel 3 verbiedt in elk conflict moord, marteling en vernederende behandeling van mensen die niet (meer) aan de strijd deelnemen. src:1963
- Het Statuut van Rome (1998) maakt ernstige schendingen strafbaar als oorlogsmisdaad (artikel 8), zoals opzettelijke aanvallen op burgers, gijzeling en het overbrengen van de eigen bevolking naar bezet gebied. Het Internationaal Strafhof heeft rechtsmacht over de situatie in Palestina sinds 13 juni 2014. src:1972 src:1946
Deze regels gelden ongeacht wie het conflict begon of wiens zaak rechtvaardig is. Dat beginsel heet de scheiding tussen ius ad bellum en ius in bello.
4. Zelfverdediging door de bezetter
Artikel 51 van het VN-Handvest erkent het recht op zelfverdediging bij een gewapende aanval. In zijn advies over de Muur (9 juli 2004, paragraaf 139) oordeelde het Internationaal Gerechtshof (ICJ) dat Israël zich voor de Muur niet op artikel 51 kon beroepen, omdat de dreiging uit gebied kwam dat Israël zelf beheerde. Het Hof voegde toe dat Israël wel het recht en de plicht heeft zijn burgers te beschermen, maar binnen het recht. src:1970 src:1973
Binnen het Hof was er kritiek op deze redenering. Rechter Buergenthal noemde in zijn verklaring de conclusie juridisch twijfelachtig: het Handvest maakt zelfverdediging niet afhankelijk van een aanval door een andere staat. Rechter Higgins wees in haar afzonderlijke mening eveneens op die tekst van artikel 51. Rechter Kooijmans vond het eerste deel van de redenering naast de kwestie, maar was het eens met de uitkomst, omdat de aanvallen voortkwamen uit gebied dat Israël zelf beheerste. In alle opvattingen blijven de regels uit hoofdstuk 3 van toepassing. src:1980
5. Het ICJ-advies van 19 juli 2024
Op verzoek van de Algemene Vergadering gaf het ICJ op 19 juli 2024 advies over de gevolgen van het Israëlische beleid in het bezette Palestijnse gebied, inclusief Oost-Jeruzalem. Het Hof oordeelde onder meer: src:1944 src:1059
- De voortdurende aanwezigheid van Israël in het bezette Palestijnse gebied is onrechtmatig (11 tegen 4).
- Israël moet die onrechtmatige aanwezigheid zo snel mogelijk beëindigen (11 tegen 4).
- Israël moet alle nieuwe nederzettingsactiviteiten onmiddellijk staken en alle kolonisten evacueren (14 tegen 1).
- Israël moet de schade vergoeden aan alle betrokken natuurlijke en rechtspersonen (14 tegen 1).
- Alle staten mogen de situatie niet als rechtmatig erkennen en geen hulp of steun bieden bij het in stand houden ervan (12 tegen 3). Hetzelfde geldt voor internationale organisaties, waaronder de VN (12 tegen 3).
- De VN, vooral de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad, moeten bezien hoe de onrechtmatige aanwezigheid zo snel mogelijk kan eindigen (12 tegen 3).
Vicepresident Sebutinde stemde op alle punten tegen. De rechters Tomka, Abraham en Aurescu stemden tegen de punten over de onrechtmatigheid en de beëindiging; Abraham en Aurescu ook tegen de punten over staten, organisaties en de VN. src:1059
Het advies is niet bindend, maar geldt als gezaghebbende uitleg van het recht. In resolutie ES-10/24 (18 september 2024) vroeg de Algemene Vergadering Israël de aanwezigheid binnen twaalf maanden te beëindigen. Die resolutie werd aangenomen met 124 stemmen voor, 14 tegen en 43 onthoudingen. Nederland onthield zich. src:1974 src:1979
6. Verzet en terrorismedefinities
Er is geen algemeen VN-verdrag dat terrorisme definieert. Over een Alomvattend Verdrag tegen Internationaal Terrorisme wordt sinds 2000 onderhandeld. Een belangrijk struikelblok is de vraag of strijd tegen bezetting en handelingen van staatslegers buiten de definitie vallen. Veiligheidsraadresolutie 1566 (2004) geeft wel een omschrijving van daden die nooit te rechtvaardigen zijn: geweld tegen burgers of gijzeling met het doel angst te zaaien of een overheid te dwingen. src:1976 src:1975
De EU-richtlijn 2017/541 definieert terroristische misdrijven aan de hand van het doel: de bevolking ernstig vrees aanjagen, een overheid onrechtmatig dwingen, of de fundamentele structuren van een land ontwrichten (artikel 3). Overweging 37 zegt dat de richtlijn niet gaat over handelingen van strijdkrachten in een gewapend conflict, die onder het humanitair oorlogsrecht vallen. src:1940
Het Nederlandse Wetboek van Strafrecht volgt dezelfde lijn met het begrip terroristisch oogmerk (artikel 83a) en de lijst van terroristische misdrijven (artikel 83). Of een handeling als terrorisme geldt, beoordeelt in Nederland uiteindelijk de rechter. Het Openbaar Ministerie beslist over vervolging, en de minister kan organisaties via sanctieregelingen op een lijst zetten. src:1939
7. Verschillende opvattingen
- Het stemgedrag bij resolutie 37/43 (1982) en ES-10/24 (2024) laat zien dat de meeste staten een recht op bevrijding van bezetting erkennen, terwijl een groep westerse staten en Israël tegenstemde of zich onthield. In 2024 onthield ook Nederland zich. src:1978 src:1979
- Israël en een deel van de rechters zagen in 2004 meer ruimte voor zelfverdediging dan de meerderheid van het ICJ (zie hoofdstuk 4). src:1980
- De Amerikaanse politicoloog John Mearsheimer zegt in The Katie Halper Show van oktober 2025 dat het 'in overeenstemming met het internationaal recht' is voor Hamas om 'de strijd aan te gaan met Israëlische strijdkrachten', en dat het doden van Israëlische militairen 'geen moord' is (fragment vanaf 05:00). Wie burgers vermoordde, 'pleegde een oorlogsmisdaad' (fragment vanaf 05:25). Engels origineel: 'consistent with international law' ... 'to engage Israeli military forces in combat' ... 'the fact that they killed Israeli soldiers is not a case of murder' en 'whoever murdered those civilians ... committed a war crime'. src:1948
8. Fysiek en brede-welvaart-perspectief
Bezetting raakt de fysieke leefomgeving direct: water, land, landbouwgrond en bewegingsvrijheid. Het ICJ-advies van 2024 noemt uitbuiting van natuurlijke hulpbronnen en beperking van water en land expliciet. Vanuit brede welvaart gaat het om gezondheid, veiligheid en het vermogen van volgende generaties om zelf over hun bestaan te beslissen. src:1996
9. Israëlisch vuur op 7 oktober en de Hannibal-richtlijn
De Hannibal-richtlijn was een Israëlisch legerbevel om te voorkomen dat militairen ontvoerd worden, ook als dat hun leven in gevaar brengt. Volgens The Times of Israel is het bevel in 2016 officieel ingetrokken. src:1982
Haaretz meldde op 7 juli 2024, op basis van documenten en getuigenissen van militairen en officieren, dat het leger de procedure op 7 oktober heeft toegepast bij drie legerposten waar Hamas binnendrong: de Erez-grensovergang, de basis Re'im en de post Nahal Oz. Om 11.22 uur ging over het netwerk van de Gaza-divisie het bevel dat geen enkel voertuig naar Gaza mocht terugkeren. Haaretz schreef niet te weten of en hoeveel burgers en militairen door deze procedures zijn getroffen, maar dat veel ontvoerden aan Israëlisch vuur werden blootgesteld. Het leger liet weten intern onderzoek te doen. src:1981 src:1982
De VN-onderzoekscommissie (COI) schreef in juni 2024 dat de Israëlische strijdkrachten in ten minste twee gevallen de richtlijn waarschijnlijk hebben toegepast, met de dood van mogelijk 14 Israëlische burgers tot gevolg. Een vrouw kwam om door vuur van een Israëlische helikopter terwijl zij uit Nir Oz naar Gaza werd ontvoerd. In Be'eri doodde Israëlisch tankvuur volgens de commissie sommige of alle 13 gijzelaars in één huis. De commissie bevestigde de aanwezigheid van ten minste acht gevechtshelikopters, maar kon niet bevestigen dat zij bij het Nova-festival op burgers of burgerauto's schoten. src:1983 src:1984
Het legeronderzoek naar Be'eri (juli 2024) gaat over hetzelfde huis, van Pessi Cohen. Volgens dat onderzoek vuurde een tank op aanwijzing van commandanten van de politie-eenheid Yamam en de Shin Bet vier lichte granaten af, bedoeld om de gijzelnemers onder druk te zetten. Eén granaat raakte de woning boven de deur; scherven doodden gijzelaar Adi Dagan en verwondden zijn vrouw. Het onderzoek concludeerde dat de burgers binnen niet door de tankgranaten werden geraakt en dat er aanwijzingen zijn dat de meeste gijzelaars door de aanvallers werden gedood. Brigadegeneraal Barak Hiram kreeg geen persoonlijke schuld. De COI en het legeronderzoek verschillen hier dus van oordeel. src:1985
Hoeveel van de ongeveer 1.200 doden op 7 oktober door Israëlisch vuur zijn omgekomen, is niet bekend. Er is geen onafhankelijk onderzoek dat dit aandeel vaststelt. De Israëlische filosoof Asa Kasher, hoofdauteur van de ethische code van het leger, reageerde op 17 januari 2024 in Haaretz op de berichten over het tankvuur in Be'eri. Hij vroeg hoe het mogelijk is dat een hoge officier een bevel geeft dat "zo direct en zo zeker het leven van zoveel burgers in gevaar brengt", en noemde het, als de berichten kloppen, in strijd met bevelen, procedures, waarden en ethiek, en mogelijk met de wet. Hij vroeg om direct onderzoek. Dat is zijn opvatting; het legeronderzoek kwam later tot een ander oordeel over Be'eri. src:1997
Burgerplatform stelt daarnaast de open vraag of het Israëlische vuur op 7 oktober is gebruikt om de latere oorlog te rechtvaardigen. Wij vonden geen gezaghebbende bron die dat stelt, en in de genoemde onderzoeken is er geen bewijs voor.
10. Voorkennis en genegeerde waarschuwingen
The New York Times meldde op 30 november 2023 dat Israëlische functionarissen meer dan een jaar voor de aanval beschikten over een aanvalsplan van ongeveer 40 pagina's, dat zij Jericho Wall noemden. Het plan beschreef raketbeschietingen, drones tegen de grensbewaking en een massale inval in steden en legerbases. Leger en inlichtingendienst vonden het plan te ambitieus voor Hamas. Een ervaren analist waarschuwde in juli 2023 dat een Hamas-oefening overeenkwam met het plan; die waarschuwing werd terzijde geschoven. src:1986
Observatiesoldaten aan de grens, jonge vrouwen die de camerabeelden bewaken, meldden in de maanden ervoor ongebruikelijke activiteit zoals oefeningen en drones. Zij verklaarden later tegenover onder meer de BBC dat hun meldingen niet werden opgevolgd. src:1987
De voorzitter van de commissie Buitenlandse Zaken van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, Michael McCaul, zei in oktober 2023 dat Egypte Israël drie dagen voor de aanval had gewaarschuwd. Het kantoor van premier Netanyahu ontkende dat het zo'n waarschuwing had ontvangen. Wat Egypte precies heeft gemeld en aan wie, is niet vastgesteld. src:1988 src:1989
Het Israëlische leger publiceerde in februari 2025 zijn onderzoeken. Een expertcommissie stelde vast dat de verrassing niet voortkwam uit gebrek aan informatie. In de nacht voor de aanval lag er directe inlichtingeninformatie die tot een alarm had moeten leiden. Als oorzaken noemde de commissie onder meer een verkeerd beeld van Hamas, falende inlichtingen en het niet serieus nemen van het Jericho Wall-plan. De legeronderzoeken gingen niet over de rol van de politieke leiding. src:1990 src:1991
Een bredere kritiek gaat over het beleid van premier Netanyahu tegenover Hamas. The New York Times meldde op 10 december 2023 dat Qatar jarenlang miljoenen dollars per maand naar Gaza stuurde, geld dat het Hamas-bestuur overeind hielp, en dat Netanyahu die betalingen niet alleen toestond maar ook aanmoedigde. Volgens The Times of Israel en Haaretz zou Netanyahu in maart 2019 in de Likud-fractie hebben gezegd dat wie een Palestijnse staat wil tegenhouden, de geldoverdracht aan Gaza moet steunen; volgens The Times of Israel paste dat bij het beleid dat hij voerde. Het citaat is gebaseerd op een anonieme bron. Netanyahu ontkende in augustus 2024 tegenover Time dat hij het heeft gezegd, en stelde dat het geld bedoeld was om een humanitaire ineenstorting te voorkomen. src:1998 src:1999 src:2000 src:2001
Oud-premier Ehud Olmert zei op 2 januari 2024 in El País: "Israel had the necessary intelligence to anticipate the attack, and friendly services even provided concrete warnings about it." Over Netanyahu zei hij: "He allowed Qatar to fund Hamas with billions of dollars." Olmert verklaart het falen uit arrogantie en zelfgenoegzaamheid, niet uit opzet. Dat is zijn opvatting als politiek tegenstander van Netanyahu. src:2002
Of de Israëlische regering de aanval bewust heeft laten gebeuren, is een open vraag van Burgerplatform. Wij vonden geen gezaghebbende publieke figuur die stelt dat dit opzet was. De onderzoeken spreken van ernstig falen en onderschatting, niet van opzet.
Het legeronderzoek beschrijft een patroon: waarschuwingen waren er, maar pasten niet in het heersende beeld van Hamas en werden daarom niet serieus genomen. De commissie noemt dat een conceptuele fout. src:1990
11. Recht op zelfverdediging en de grenzen ervan
Na 7 oktober beriepen westerse regeringsleiders zich op het recht van Israël om zich te verdedigen:
- De Amerikaanse president Joe Biden zei op 10 oktober 2023: Israël heeft, zoals elk land, het recht om te reageren, en zelfs de plicht om te reageren op deze aanvallen. src:1992
- De Duitse bondskanselier Olaf Scholz zei op 12 oktober 2023 in de Bondsdag dat Israël het in het internationaal recht verankerde recht heeft om zich en zijn burgers te verdedigen. src:1993
- Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zei op 13 oktober 2023 in Israël dat Israël het recht heeft zich te verdedigen, en zelfs de plicht om zijn bevolking te beschermen. src:1994
- Premier Mark Rutte zei op 24 oktober 2023 in de Tweede Kamer: "Israël heeft het volste recht zich te verdedigen tegen het terroristisch geweld van Hamas, binnen de grenzen van het humanitair oorlogsrecht." src:1995
Het ICJ oordeelde in 2004 dat Israël zich voor maatregelen in bezet gebied niet op artikel 51 van het VN-Handvest kan beroepen, omdat de dreiging komt uit gebied dat het zelf beheert (zie hoofdstuk 4). In 2024 stelde het Hof dat een bezetting op zich een voortdurend gebruik van geweld in vreemd gebied is, dat aan het geweldsrecht moet voldoen, en dat de veiligheidszorgen van Israël het verbod op verwerving van gebied door geweld niet opzij kunnen zetten (paragrafen 253 en 254). Over de militaire operatie in Gaza na 7 oktober deed het Hof in dat advies geen uitspraak. src:1973 src:1996
Los van de vraag of zelfverdediging van toepassing is, gelden voor elke militaire actie de regels van het oorlogsrecht. Een aanval is verboden als de te verwachten schade aan burgers buitensporig is in verhouding tot het verwachte militaire voordeel (Aanvullend Protocol I, artikel 51 lid 5 onder b). Partijen moeten alle haalbare voorzorgen nemen om burgers te sparen (artikel 57). Collectieve straffen zijn verboden (Vierde Verdrag van Genève, artikel 33). Deze regels gelden als gewoonterecht, dus ook voor staten die geen partij zijn bij het protocol. src:1964 src:1962
Burgerplatform-standpunt
Burgerplatform vindt dat het recht voor iedereen gelijk moet gelden: voor bezetter en bezette, voor staten en groepen. Wie terrorisme bestrijdt, moet de definitie uit het recht halen en de beoordeling bij de onafhankelijke rechter laten. Burgers mogen nooit doelwit zijn, en bezetting moet volgens het ICJ zo snel mogelijk eindigen.
Zie ook het artikel Halsema bij Pauw & De Wit: wie bepaalt straks wat terreur is?
Documenten
Terug & verder bladeren: