Geboortezorg: keuzevrijheid en eerstelijns verloskunde onder druk door bekostiging, eigen bijdragen en kraamzorgtekort
In 2024 bevielen 157.133 vrouwen; 25,8 procent in de eerste lijn en 73,9 procent in de tweede lijn (src:1187). De perinatale sterfte is 5,2 per 1.000 (835 kinderen) en piekte in 2023 op 5,7 per 1.000 (src:1186); het kabinet noemt de lichte stijging onwenselijk en de oorzaken onduidelijk (src:1195). In Europa staat Nederland op plaats 14 van 23 voor perinatale en op plaats 17 voor neonatale sterfte, onveranderd sinds 2015 (src:1188). Kraamgezinnen krijgen gemiddeld ruim 28 uur kraamzorg tegen een standaardindicatie van 49 uur (src:1194); van kwetsbare gezinnen kreeg 21 procent minder dan het minimum van 24 uur (src:1196). De petitie van 2021, met bijna 190.000 handtekeningen (src:1192), vroeg om behoud van keuzevrijheid en laagdrempelige verloskunde in de wijk. Een landelijk cijfer over ervaren keuzevrijheid ontbreekt nog steeds.
De bekostiging en de eigen bijdragen sturen de zorg niet naar de plek met de laagste kosten en de meeste keuzevrijheid. Kraamzorg thuis kost de zwangere 5,70 euro per uur, kraamzorg in het ziekenhuis niets (src:1197). In de integrale bekostiging daalde het aandeel thuisbevallingen van 8,0 naar 7,2 procent, zonder winst in gezondheidsuitkomsten (src:1190). De 2022-belofte van monitoring door NZa en RIVM (src:1192) heeft wel effectstudies opgeleverd, maar het clientperspectief en de keuzevrijheid zitten nog niet in de evaluatie (src:1195). Daarnaast nemen personeelstekorten in de kraamzorg toe en is de instroom te laag (src:1194), en verdwijnen verloskamers zonder vooraf toets op bereikbaarheid (src:1199).
Bedragen per jaar
Bandbreedte: we maken onzekerheid zichtbaar. Je ziet steeds de laagste en de hoogste onderbouwde schatting. De balk toont die bandbreedte; het streepje is de middenwaarde, als die bekend is. Klik op een bedrag om te zien waar het vandaan komt.
Wat betekenen deze labels?
Deze databank is een open project: iedereen kan de cijfers controleren en verbeteren. Daarom laten we bij elk cijfer zien hoe sterk het onderbouwd is.
- Datakwaliteit A t/m D (analyse)
- Samenvattend oordeel over de doorrekening van een analyse. Het weegt mee hoeveel van het berekende welvaartseffect op een bron of kengetal rust, hoeveel posten nog PM zijn en de zwakste betrouwbaarheidsklasse van de onderdelen die zwaar meetellen. A is het sterkst onderbouwd; D betekent zwak onderbouwd of nog niet doorgerekend.
- Aandeel met bron
- Welk deel van het berekende welvaartseffect (in euro’s) rust op een vastgelegde bron of kengetal.
- PM-post
- Post pro memorie: een effect waarvan we weten dat het bestaat, maar dat nog niet in euro’s is uitgedrukt. Hoe meer PM-posten, hoe onvollediger het totaal.
- Betrouwbaarheidsklasse
- Onderbouwd: bedragen en kernclaims zijn herleidbaar tot een officiële of wetenschappelijke bron. Te herzien: de ordegrootte is plausibel, maar de bron is verouderd, onvolledig of niet specifiek. Niet extern gebruiken: nog niet onderbouwd of afwijkend van officiële cijfers. Bij een analyse tonen we de zwakste klasse van de onderdelen.
- Bronlabels
- Origineel gecontroleerd: we hebben het oorspronkelijke document zelf gelezen. Gecontroleerd door ander teamlid: een ander lid van het team las het origineel; wij namen de inhoud over. Secundair: alleen gezien via een samenvatting, zoekresultaat of andere bron, het origineel is niet ingezien. Nog niet geverifieerd: de bron is vastgelegd maar nog niet gecontroleerd. Klik op een label voor de toelichting.
- Betrouwbaarheid van een datapunt
- Score die de analist bij het vastleggen geeft: hoog (80 of meer van 100), middel (50 tot 80) of laag. Enkele oudere datapunten zijn op een schaal van 10 gescoord; die tonen we als x/10. Zonder score staat er ‘nog niet beoordeeld’.
- Internationaal cijfer
- Het cijfer komt uit een buitenlandse of mondiale bron en is niet specifiek voor Nederland. Gebruik het als orde van grootte, niet als Nederlandse waarde.
- Eigen afleiding
- Het cijfer staat niet letterlijk in een bron, maar is door ons berekend uit een of meer bronnen. De berekening staat in de toelichting.
- Concept
- Nog niet goedgekeurd of nog in bewerking. Tekst, effecten en bedragen kunnen nog veranderen.
Correctie of aanvulling voorstellen: met de knop stuur je een e-mail met het record en de pagina al ingevuld. Voorstellen worden alleen door een mens beoordeeld en doorgevoerd, en elke wijziging wordt gelogd.
- Schade huidig beleidper jaar
- nog niet becijferdAanvulling voorstellen
- Brede welvaartseffectenpakket, netto per jaar na overlapcorrectie
- € 128 – 250 mln welvaartsverlies per jaarmiddenwaarde € 128 mlnCorrectie voorstellen
Open data: help mee. Zie je een fout, een betere bron of een ontbrekend cijfer in deze analyse? Stel een correctie of aanvulling voor. Voorstellen worden alleen door een mens beoordeeld en doorgevoerd; elke wijziging wordt gelogd.
Correctie of aanvulling voorstellenAnalyse
STAND VAN ZAKEN. De minister koos in 2022 voor een tweesporenbeleid: integrale bekostiging naast de monodisciplinaire bekostiging, met 8 regio's met integrale bekostiging en monitoring door NZa en RIVM (dp:1209, src:1192, src:1204). Dat beleid blijft bestaan; vanaf 2027 komt er daarnaast een prestatie voor de verloskundige samenwerkingsverbanden (src:1191), structureel 24 miljoen euro, netto 15 miljoen na verwachte verschuiving naar de eerste lijn (dp:1207, src:1200). Het RIVM vond na vijf jaar integrale bekostiging kleine effecten: thuisbevallingen 16,8 procent lager (dp:1200), 100 euro minder groei van de uitgaven per zwangerschap (dp:1201) en geen verschil in gezondheidsuitkomsten (src:1190). Ervaringen van zwangeren ontbraken in die evaluatie. Per 2026 voert het RIVM vijf jaar een monitoringsfunctie eerste 1.000 dagen uit (src:1195). In 2024 waren er 157.136 bevallingen; 13 procent thuis, 13 procent poliklinisch in de eerste lijn en 74 procent in de tweede lijn (dp:1213, dp:1198, src:1203, src:1187); keizersneden 18,3 procent (dp:1199). De perinatale sterfte was 5,7 per 1.000 in 2023 en 5,2 in 2024 (dp:1194, dp:1193, src:1186, src:1195). De neonatale sterfte was in 2019 2,1 per 1.000 tegen een Europese mediaan van 1,5; Nederland hoort daarmee bij de hoogste groep van Europa (dp:1211, dp:1197, dp:1196, src:1188, src:1189). In 2024 was die 2,0 per 1.000 (dp:1195). Acute verloskunde werd in april 2025 op 71 ziekenhuislocaties aangeboden, gelijk aan 2024; 31 daarvan zijn gevoelig voor de 45-minutennorm (dp:1212, src:1202). Een landelijke reeks van gesloten verloskamers sinds 2010 ontbreekt. Het aantal praktiserende verloskundigen daalde licht van 4.170 in 2022 naar 4.120 in 2023 (dp:1208, src:1198). Kraamzorg: gemiddeld 28 uur afgenomen tegen een indicatie van 49 uur (dp:1202, src:1194); kwetsbare gezinnen krijgen vaker minder dan 24 uur (dp:1203, src:1196). Het maximumtarief is 76,88 euro per uur (dp:1210, src:1201); de eigen bijdrage thuis 5,70 euro per uur, in het ziekenhuis nul (dp:1204, src:1197). FYSIEKE INFRASTRUCTUUR EN HULPBRONNEN (regel 8). Het dossier raakt verloskamers en acute verloskunde in ziekenhuizen, geboortecentra, aanrijtijden van ambulances en wegen, en vooral schaars personeel: verloskundigen, kraamverzorgenden, klinisch verloskundigen en gynaecologen. Personeel is hier de bindende hulpbron (regel 12); elk uur kraamzorg of verloskamercapaciteit dat naar de tweede lijn gaat, is niet beschikbaar in de wijk. Raakvlak met ana:50 (zorgstelsel) en ana:3 (zorgbureaucratie) via zorginkoop en registratielast. STOPMAATREGELEN EERST (regel 10). Pol:298: de eigen bijdrage voor kraamzorg thuis en poliklinische bevalling afschaffen, gelijk aan het ziekenhuis. Kabinetsraming 151 tot 270 miljoen plus 13 tot 16 miljoen per jaar Zvw-uitgaven (dp:1205, dp:1206, src:1194). Circa 36 miljoen daarvan is een overdracht naar huishoudens; de rest is extra zorggebruik, met een niet gemonetariseerde baat voor gezinnen die nu te weinig kraamzorg nemen. Welvaartssaldo dus ongeveer nul tot PM. Pol:299: geen integraal tarief of zorginkoop die de keuze voor een zelfstandige verloskundige of thuisbevalling beperkt zonder aangetoonde meerwaarde (dp:1200, src:1190, src:1191). Pol:300: geen sluiting van acute verloskunde zonder vooraf regionale toets op bereikbaarheid en eerstelijns capaciteit (dp:1212, src:1202, src:1199). BRONMAATREGELEN. Pol:301: eerstelijns begeleiding bij milde medische indicaties binnen de vsv-bekostiging, zoals de petitie vroeg (src:1193, src:1200); de besloten 24 miljoen bruto is referentie, het extra effect PM. Pol:302: kraamzorgcapaciteit herstellen met een minimum van 24 uur en voorrang voor kwetsbare gezinnen (dp:1202, dp:1203, src:1196); geen bronraming, effect PM. GEVOLGEN. Pol:303: jaarlijks een openbare monitor van ervaren keuzevrijheid en een duiding van de perinatale sterfte (dp:1211, src:1195). Werkgelegenheid telt niet als baat (regel 13). MKBA. Een gemonetariseerde referentieschade is nog niet verdedigbaar; zie PM-posten.Herkomst van de bedragen
Brede welvaartseffecten
Som van de welvaartssaldi van de maatregelen in het pakket, na uitsluiting en overlapcorrectie. De bedragen per maatregel zijn vóór correctie.
- CONCEPT Stop: eigen bijdrage kraamzorg thuis en poliklinische bevalling afschaffen, gelijk aan ziekenhuis−€ 250 mln tot −€ 128 mln, midden −€ 128 mln per jaartelt volledig mee